Voor het doorgaan van een Elfstedentocht moet het ijs op bijna de gehele route - bijna 200 kilometer - minimaal vijftien centimeter dik zijn. Bij aanhoudende vorst meten de rayonhoofden ten minste eenmaal per dag de dikte van het ijs. Soms worden er ijstransplantaties uitgevoerd op die stukken waar wakken aanwezig zijn. Als de tocht is afgekondigd worden er op de te zwakke plekken in de route 'klúnvoorzieningen' gebouwd. Dit zijn houten betimmeringen die over de zwakke plekken in het ijs of op de kant zijn geplaatst en waar de schaatsers overheen kunnen lopen. Ook wordt veel gebruik gemaakt van tapijt en rubbermatten. We streven er natuurlijk naar het aantal klúnplaatsen en de lengte per klúnplaats zo beperkt mogelijk te houden.
Kijk voor meer informatie over het weer op www.knmi.nl en www.pietpaulusma.nl
IJs en weer
Bij de Elfstedentocht is de weersgesteldheid van groot belang. Het bestuur staat daarom tijdens strenge vorst bijna permanent in contact met het KNMI en met de Friese weerman Piet Paulusma.




